Breivik, Parijs en Beirut en de slachtofferreflex.

Breivik, Parijs en Beirut en de slachtofferreflex.

Nooit goed mijn mond kunnen houden  ParisSkylinenick-ledger-lebanon-beirut-the-beirut-skyline-from-zaitunay-bay
Facebook kleurde blauwwitrood na Parijs.

Een mooi gebaar om te zeggen’ we zijn solidair, we zeggen ‘NEE” tegen terrorisme.’ Ik heb de driekleur niet over mijn profielfoto geplaatst. Niet omdat ik het ‘lekker puh’ voor de Fransen vond, maar omdat de laatste keer dat er regenboogvlaggen over je profielfoto konden gaan als solidariteitsuiting met homoseksuelen, er een bug in zat en niemand die dingen meer van zijn foto kon krijgen zonder vlieg- en kunstwerk. En dat ik boos ben en ‘NEE!’ tegen terrorisme ben, en meeleef, blijkt toch wel uit mijn updates. Ik ben namelijk woedend.

Na de eerste golf van ongeloof en verdriet, na de invasie van Franse vlaggen op sociale media, begint het gemier. ‘Waarom geen Libanese vlaggen? In Beirut was ook een aanslag! Zijn mijn doden minder waard?’ blogde een Libanese arts en hij schoot in een verkrampte slachtofferrol. Hij deed precies waar hij tegen ageerde: hij creëerde een ‘jullie versus ons’. Er schoten meer mensen in een kramp. ‘Waarom moet ik afstand nemen als moslim? Alle blanken namen ook geen afstand van Breivik toen hij massamoordend rondging.’

Nee, want voor zover ik weet, ging Breivik niet gillend ‘Blanken zijn groot!’ zijn gang. Het gebeurde niet uit naam van blank/christelijk/Scandinavisch/links/rechts. Het gebeurde omdat Breivik een verknipte narcist was met teveel testosteron, als je het mij vraagt. Voor de goede orde: fuck Breivik! En omdat IS claimt islamitisch te zijn en luidkeels ‘Allah is groot’ gilt wanneer ze weer eens iemand onthoofden of lukraak opblazen, lijkt het me een een-tweetje dat we niet kunnen beweren dat het niets met godsdienst te maken heeft. Zelfs imams zeggen nu ‘We kunnen niet net doen of dit niets met ons geloof te maken heeft’. (Volkskrant vandaag) Dat is zoiets als de Paus die zegt ‘We kunnen niet net doen alsof het misbruik niets met onze katholieke kerk te maken heeft.’ Dat zou iedereen gelijk geloven, maar een imam zegt zoiets en dan nog zeggen hele volksgroepen ‘Nee! Dit heeft niets met ons geloof/de islam te maken!’. Tja.

Er circuleert meer. Complottheorieen. Dat het westen dit zelf gestaged heeft om zo Syrie te kunnen ‘nuken‘. Yeah, right. Het is de schuld van Israel. Van Bush. Van de stand van de maan. Van ons. Want wij zouden moslims niet accepteren, ze voelen zich gediscrimineerd. Weer die slachtofferreflex. ‘Wij zijn zielig, werkeloos, dus gaan we maar op een vrijdagavond willekeurig schieten op allerlei mensen.’ Of: ‘Tja, dat soort cartoons, dat kan natuurlijk ook niet echt. Ze vroegen erom…’ Klinkt als: ze droeg een kort rokje. Inmiddels weten we dat zo’n argument geen hout meer snijdt en weggevaagd wordt in de rechtbank.

Een moslim in Molenbeek zei: ‘Ja, maar we worden zo gediscrimineerd! Onze vrouwen worden bespuugd als ze een hoofddoek dragen!’. Dat hebben we vaker gehoord, maar dan andersom: ‘Vrouwen en meisjes worden nagesist en voor hoer uitgescholden als ze geen hoofddoek dragen.’ Veel van hetzelfde, maar de respons daarop is gelukkig niet dat we op het diepe intranet een kalasjnikov gaan kopen en naar een concert in de Ziggo Dome en een wedstrijd van Ajax-Feyenoord gaan om eens even lekker ons gelijk te halen.

Er zijn inderdaad slachtoffers: 43 in Beirut, 132 in Parijs. Dat zijn wat mij betreft de enige mensen die het predikaat ‘slachtoffer’ mogen krijgen. Niet de daders – laten we hen nooit slachtoffer van hun omstandigheden noemen, alsjeblieft. En zet gewoon zelf een Libanese vlag over je profiel als je dat liever doet, maar begin niet te zeuren over hoe jouw doden minder waard zijn. De enige die dat dan zegt, ben je op dat moment zelf.

Een van de daders bleek net een zoontje te hebben gekregen. Hij had ervoor kunnen kiezen zijn zoon goed op te voeden. Te zorgen dat hij een goede opleiding kreeg, daarvoor kunnen knokken in plaats van als slachtoffer roepen dat het toch niet uitmaakte, wat voor diploma zijn zoon zou hebben. Hij had, zoals andere vaders, kunnen roepen ‘Zit je nou alweer achter Fifa? Ga huiswerk maken! En kom van de straat af, ga iets nuttigs doen!’ Hij had het jongetje mee kunnen nemen naar de moskee om hem te leren dat de islam niet bedoeld is als excuus om ongelovigen te moorden, maar dat je de vredelievende kant – die er net zo goed is – kunt kiezen. Maar hij deed dat niet. Hij maakte vrijdagavond hele andere keuzes en veroordeelde daarmee zijn zoontje tot een wereld die niet mooier is geworden.

Vinden we Beirut minder erg omdat we geen Libanese vlag over onze foto’s legden? Nee. Alleen het is als zwemmen: je komt omhoog om adem te halen en dan opeens wordt je alweer overspoeld door een nieuwe golf water. Beirut had de pech dat Parijs er direct achteraan kwam. Die Franse vlag zegt niet ‘We geven niet om Beirut’ maar ‘We zijn het geweld beu!’. We hadden ook geen Russische vlag toen het vliegtuig dat uit Egypte opsteeg, neergeknald werd. Het valt niet meer onder ‘incidenten; te scharen. Onze wereld wordt ernstig bedreigd door een stel narcistische malloten, die hersens als een spons hebben en zich vol gif opzuigen. Dat het weer gaat gebeuren, daarvoor waarschuwde Hollande al. En ik denk dat het beste wat wij kunnen doen, dit is: gewoon doorgaan met het leven vieren, niet bang zijn. En laten we niet in de valkuil lopen van ‘jullie versus ons’ – ook niet als slachtoffers. We willen allemaal een mooie wereld voor onze kinderen – of we nu in Beirut of Parijs wonen.

Niet moeten leren, maar willen leren – jongens weer plezier laten krijgen op school

ADHD-Teen

Ik vermoed dat heel wat ouders dit herkennen. Je zoon komt uit school, gooit rugzak/tas in de hal en laat zich, nadat hij zich eerst op een paar tosti’s of boterhammen heeft gestort, op de bank met zijn mobieltje.

‘Hoe was school?’ vraag je.

‘Mwah. Saai.’ Of stom of vervelend of iets van die strekking.

Als mijn dochter van diezelfde school terugkomt, en ik stel dezelfde vraag, is het antwoord vaak: ‘Pfff! Dat proefwerk was lastig! Maar ik denk wel dat het goed ging. En voor morgen heb ik weer zoveel huiswerk… Ik weet wel alles over het oor/de geschiedenis van de grondwet/hoe de lever werkt!’  Goed, niet ieder meisje zal zo terugkomen van school, maar verhalen van deze strekking hoor ik maar al te vaak. Het is zelden alleen maar ‘saai’. Het was uitdagend, te moeilijk, te druk, maar niet saai/stom/vervelend. En toch zijn het dezelfde bakstenen waar ze heen gaan, dezelfde docenten die al dan niet gepassioneerd hun beroep uitoefenen, dezelfde vakken. Ook mijn zoon leert hoe het grondwet-stelsel in elkaar zit – ‘Boeien…’.

Waar zit dat verschil toch in? Waarom hebben verreweg de meeste jongens geen plezier meer in het leren?! En eigenlijk kun je dat doortrekken naar lezen: meiden lezen, jongens niet. Nou ja, de Donald Duck.

Is het middelbare onderwijs te makkelijk voor jongens? Nee. Doorgaans halen jongens net wat minder goede punten dan meisjes, doen ze het iets minder goed en zitten vaker op speciaal onderwijs. Dus dat is het niet.

Van moeten naar willen

Ik heb als kind zelf op een internationale school gezeten. Er was niet een dag dat ik dacht ‘laat ik eens een smoes verzinnen om niet naar school te hoeven gaan!’. Want school was leuk, uitdagend en er gebeurde altijd iets onverwachts. Een natuurkundedocent die, slechts gehuld in een klein lendedoekje, met mondpijl en kleine kogeltjes de klas inrende en ons zo de werking van de zwaartekracht en snelheid liet zien, door kleine pijltjes door de klas te schieten met de blaaspijp. Ik was niet goed in natuurkunde, maar het was nooit saai en ik ging er graag heen. We hadden ook vakken als ‘leer filosoferen’. Dat klinkt saaier dan het was. We leerden reflecteren op de samenleving, op ons eigen leven. We leerden buiten de lijntjes te kleuren en dat werd aangemoedigd. Een tekening bestaat ook vooral bij de gratie van datgene wat je NIET tekent en door buiten de lijntjes te kleuren. Omdat het een internationale school was, stonden we vaak stil bij andere culturen, andere waarden en normen. We vierden United Nations dag, waarin we ons bogen over wereldproblematiek. We namen een probleem – stel, armoede – en bogen ons een dag lang in allerlei projectgroepjes over hoe wij dat – als wij de VN zouden zijn – op zouden lossen. Geen wiskunde, scheikunde op zo’n dag, maar gewoon praktisch nadenken over de wereld waarin we een plaats hadden. En nooit was het saai/stom/vervelend. Het onderwijs- dat was waar wij onze ideeën mochten toetsen, waar we gestimuleerd werden te worden wie we konden zijn. En nee, we waren niet allemaal geniuses. Dat hoefde ook niet – en toch zat iedereen in dezelfde klas. Er was geen vmbo/havo/vwo-indeling, maar gewoon een klas 8 of een klas 12. En binnen zo’n klas, koos je of je wiskunde op een hoger niveau wilde doen, of niet. Zo kon ik als elfde klasser (grade 11, vergelijkbaar met 5de klas middelbaar onderwijs hier) terecht komen in een klas waar ook 12de klassers inzaten en hogere wiskunde krijgen, terwijl ik een uur later scheikunde had op lager niveau, met mensen die juist niets met wiskunde hadden. We werden niet allemaal door dezelfde trechter geduwd. En dat is wat we in Nederland wel doen. We stoppen kinderen al na groep 8 in een bepaald model: vmbo/havo/vwo en daarna verwachten we ook nog dat ze als ze een jaar of 14 zijn, al een profiel kiezen. Ze hebben vaak nog geen idee wat ze later willen, maar we dwingen ze nu al een keuze te maken. We ontnemen ze de proeftuin waarin ze langer door kunnen proberen wat ze wel en niet ligt.

Kinderen hebben een oneindige bron van talent en potentieel. 

Gisteravond bezocht ik een lezing van Claire Boonstra, van de stichting Operation Education. Het ging over hoe we het onderwijs in de wereld moeten transformeren om meer met de talenten van onze kinderen te doen. Ik zou graag een stap eerder al willen zetten: Hoe gaan we van een situatie waarin kinderen het gevoel hebben dat ze ‘moeten leren’ naar ‘willen leren’? Dat lijkt me de grote uitdaging in het onderwijs in de komende jaren. Laat kinderen op school al een start-up maken op een gebied waar ze goed in zijn, binnen de kaders van de school. Een voorbeeld: mijn zoon is erg van de spelletjes en games op zijn mobiel of andere platforms. Laat zo’n kind eens bedenken: wat heb je eigenlijk allemaal nodig om een game te maken en op de markt te zetten? (wiskunde, economie), wat voor soort game zou ik zelf willen maken/bedenken (creativiteit), wie maakt een ontwerpschets voor hoe het eruit ziet (tekentalenten), wat voor technologie is er nodig om een game te maken (informatica). Er komt geen daadwerkelijke game uit zo’n start-up, maar wel het besef wat nodig is, welke skills en vaardigheden, en hoe je dan een team hebt met diverse talenten erin om dit te realiseren. Gewoon een of twee uur per week zo’n interdisciplinaire sessie maakt het denk ik veel leuker voor kinderen. Of neem de vluchtelingencrisis: laat kinderen uitzoeken wat de geschiedenis is van de grote vluchtelingenstromen nu (geschiedenis), waar komen ze in Europa aan en welke routes nemen en welke obstakels komen ze op de die routes tegen (aardrijkskunde), welke ethische dilemma’s brengt de vluchtelingencrisis met zich mee (maatschappijleer). Leer kinderen out-of-the-box te denken en buiten de lijntjes te kleuren zonder dat we een vingertje omhoog doen en zeggen: ‘wel binnen de lijntjes blijven, heh!’

Laten we de uitdaging aangaan om van ‘Mwah, saai…’ naar ‘Pfff! Zwaar! Maar ik weet nu wel hoe de eendagsvlieg leeft! En wist je dat…’  gaan. Van #needtolearn naar #eagertolearn.

InvolveMe-2