Bergschoenen, La Place en hoe honderden broodjes dagelijks weggegooid worden.

download

Een poos geleden werkte mijn zestienjarige dochter nog bij de V&D, bij La Place. Goed, het salaris was bedroevend laag, maar we hielden haar voor dat het werkervaring was. ‘En La Place is gezellig, het eten is lekker, dus je zit er goed!’

Na de eerste werkdag, kwam ze verbijsterd thuis. ‘Ik heb nog nooit zo hard moeten werken… Als we niet opschoten, kregen we op onze kop. En ik moet bergschoenen kopen.’

Bergschoenen?!

‘Ja, schoenen met een stevige profielzool en eigenlijk ook een extra versterkte neus. Want er ligt overal olie en vet op de vloeren en anders ga je onderuit. En je moet beschermd zijn als er iets op je tenen valt.’

‘Goed, als je bergschoenen nodig hebt voor je werk en ze worden niet vergoed, dan gaan we die wel kopen.’ Bergschoenen bleken prijzig. ‘Weet je zeker dat je dit baantje blijft houden? Want anders kunnen we beter even wachten en doe je gewoon andere schoenen met profiel aan.’ Zogezegd, zo gedaan.

De keer erop, kwam ze bijna huilend van vermoeidheid thuis. ‘Ik heb zo’n rugpijn. Honderden kroppen ijsbergsla gesneden en honderden broodjes en met zware karren moeten sjouwen.’ En dat voor een hongerloontje.

‘Maar je krijgt wel een lekkere lunch!’ zei ik lachend. ‘Toch?’

En toen kwam het.

‘Nee. We moeten zelf onze lunch betalen. Mam, een broodje kost me evenveel als twee uur werken…’ En ze mocht alleen thee drinken, al het andere moest betaald worden. Ja, natuurlijk hadden ze wel wat personeelskorting, maar met een uursalaris van een paar eurootjes, kost een sapje je al gauw een uur werken.

Na de derde keer kwam ze bozig thuis. ‘Weet je wat nou echt belachelijk is?! Ik zei toch dat we ons eten moeten kopen daar? Maar weet je wat er gebeurt? Broodjes mogen niet langer dan twee uur oud zijn. En dan worden al die belegde broodjes weggegooid, mam. Alle gebakjes ook. Die moeten helemaal vers zijn. Er gaan honderden broodjes en gebakjes de kliko in.’

‘Kunnen jullie als personeel die niet krijgen dan? Er is niets mis met een broodje dat twee uur oud is… En dan hoef je geen lunch te kopen.’

Maar dat mocht dus niet. Dat had ze al gevraagd, terwijl ze tientallen aardbeiengebakjes weg had moeten kieperen. Je mocht ze ook niet mee naar huis nemen, nee, ze moesten hoe dan ook de kliko in. En je moest het niet wagen toch stiekem iets te eten daarvan.

We bespraken samen de mogelijkheden dat zoiets naar een voedselbank zou gaan. Ze zou het gaan bespreken met haar baas. Maar die had nooit tijd. Niemand had ooit tijd bij La Place want zodra ze maar even verzaakten, kregen ze op hun kop.

Met al haar goede bedoelingen, kreeg ze er steeds minder zin in. Afgeblaft worden, onderbetaald en dan ook nog eens toe moeten zien hoeveel geld er daar gewoon letterlijk weggegooid werd.

Ze besloot te stoppen bij La Place. Ze kreeg het niet langer rechtgebreid dat ze zo weinig betaald kreeg, kei- en keihard moest werken onder een gestresste en opjuttende baas, dat werknemers voor hun eigen eten moesten betalen in een restaurant nota bene en dat er dus honderden kilo’s prima eten weg werd gegooid. Al dat geld dat gewoon zomaar de kliko inging…

Gelukkig hadden we nog geen bergschoenen gekocht.