Ik ben geen expert. Jij wel?

Het zijn rare tijden. Iedere dag denk ik weer: gebeurt dit echt?

Ja, het gebeurt echt.

Eerst even iets over mij. Ik ben sinds een poos alleenstaand moeder van drie studerende jongeren. Omdat er geen actief co-oouderschap is en nauwelijks overleg, behap ik dit alleen. Er is niemand tegen wie ik ‘s avonds (of in deze tijden van thuiswerken – wat ik als schrijfster overigens altijd al doe – ) overdag even kan verzuchten dat ik het eng vind, dat ik een arm om me heen wil of iemand die mijn zorgen deelt. Ik wil mijn kinderen niet teveel belasten met mijn zorgen omtrent wat er allemaal gebeurt, dus zal ik zelf een coping strategy moeten vinden. Want ja, ik vind het net zo eng als ieder ander. Maar ik ben geen expert.

Het komt op een vreemde manier goed van pas dat mijn leven en dat van mijn kinderen zo overhoop werd gehaald een paar jaar geleden en ik volledig instortte. De strategie die ik toen toepaste, helpt me nu ook.

 

We weten het gewoon niet. We don’t know shit. 

Ik ben graag op social media en zie duizend en een – wat zeg ik, zeventien miljoen – meningen. Iedereen weet het beter, of juist niet. Er wordt paniek gezaaid, er worden cijfers gedeeld, er wordt fake-nieuws verspreid zonder bronnen te checken. Sommige mensen vinden hun houvast in humor, anderen roepen dat dit een samenzwering is om ons allemaal aan een vaccin te krijgen en dat ze dat gaan weigeren, weer anderen roepen dat het maar een griepje is. Er ontstaan boze discussies online omdat er mensen zijn die roepen dat er niemand meer op straat mag en die zich boos maken om mensen die in het lentezonnetje nu buiten zijn. Italiaanse drama’s worden gedeeld om vooral te laten zien hoe erg het is.

Mensen, we weten dat dit erg is. En wat ook waar is: we don’t f*cking know what the future will bring! Achteraf, ja, kunnen we zeggen: dat deden we niet goed, of, – hopelijk – dat deden we wel goed.

Tot die tijd pas ik de strategieën toe die ik ook toepaste toen ons gezin verlaten werd. Ik kon toen geen liefdeslied meer horen zonder enorm te huilen om de teksten, en dus zette ik (serieus) Koreaanse zenders op of een Bollywood playlist. Ik begreep niets van de tekst, maar er was toch muziek en dat was troostend. Ik blokkeerde op sociale media wat en wie ik moest blokkeren om mezelf niet steeds bloot te blijven stellen aan pijnlijke posts. Ik leerde: angst en paniek en woede en verdriet veranderen niets aan de feiten. En het feit was duidelijk. Ik leerde ook: ik had nooit kunnen voorzien hoe mijn leven opeens zo kon gaan verlopen. Net zoals ik nu weet: we weten niet hoe het er over een paar weken/maanden/jaren uit zal zien. Je kunt alleen maar bedenken hoe je het nu voor jezelf en je naasten wilt doen. En ja, achteraf kun je zeggen: ik had dat anders gedaan. Dat heb ik ook als ik naar mijn persoonlijke situatie van toen keek – ik had dingen achteraf veel meer laten versnellen. Maar dat is met de wetenschap van nu.

En die wetenschap is nu is deze: mijn leven is een stuk rijker en voller dan toen. Had ik ook niet bedacht, maar door de situatie leerde ik zoveel waardevols over mezelf, hoe ik reageer, waar ik mee aan de slag moest, aan wie ik echt wat had en wie ik kon missen in mijn leven, hoe sterk ik kan zijn en waar mijn zwakke punten liggen. Dat hoop ik dan in deze situatie ook.

 

Schermafbeelding 2020-03-18 om 10.57.39

Kiss92 en seniorenwinkeluurtjes

Ik ben deze dagen groot fan van radio Kiss92. Een zender uit Singapore. Waarom? Omdat de muziek lekker gewoon is (ik kan weer liefdesliedjes horen 😉 ), en omdat hun houding t.o.v. Covid-19 een prettige is. Er is geen paniek op de radio. Er wordt niet met cijfers gegooid. Ja, ook in Singapore is er corona. Maar er wordt niet steeds gezegd hoeveel mensen het hebben. Singapore is een enorme internationale en Aziatische HUB en ik volg de ontwikkelingen van dat land graag. De mensen hebben, zoals in andere landen waar COVID-19 nog tot minder doden leidden en toch al een poos rondwaart, meer collectiviteitszin. Het wij staat vaak boven het ik. Dus wordt er opgeroepen om niet te hamsteren, omdat iedereen moet kunnen eten. De overheid heeft er een lijst uitgevaardigd wat je per keer mag kopen. Vier pakken tissues (wc-papier, zakdoekjes, keukenrol of facial tissues), niet meer dan voor 30 dollar groenten/fruit, idem voor vlees en zuivel, en maximaal 2 balen rijst.

Dat niet alleen, hand desinfectans wordt in rap tempo bijgemaakt en kwetsbare groepen mogen dat GRATIS ophalen in de winkels. Er wordt omgeroepen tot een meter afstand. Mensen lopen er met mondmaskertjes, maar dat gebeurt doorgaans toch wel makkelijker in Azie. Daar kijkt niemand van op. Ze hanteren nu iets meer social distancing.

De cijfers over besmettingen houden ze enorm goed bij en de bron traceren ze per direct. Op de radio klinkt een ‘we can do this!’ mentaliteit. En daarnaast kondigen ze nog de files aan (nog gedacht dat weten dat er file staat ergens, geruststellend is!), en welke films er draaien. Geruststellend normaal in het nieuwe normaal. 

Op mijn Facebook met vrienden uit de hele wereld, zie ik mooie dingen.  In America bij vriendin M. doen ze aan senioren uurtjes in de supermarkt. Alleen de ouderen kunnen dan winkelen en worden niet onder de voet gelopen door hamsterende hordes jongeren en gezinnen. Wat simpel en doeltreffend!

In Canada heeft Trudeau gezegd dat mensen die hun huur niet kunnen betalen, zich geen zorgen moeten maken.

Ik zie oproepen aan banken om hypotheek inningen ook een paar maanden op te schorten.

Social media distancing

Ik ben een groot fan van sociale media. Als schrijfster is weinig zo fijn als mijn ‘koffieuurtjes’ gewoon online met andere mensen door te brengen. Maar nu ben ik er voorzichtig mee. Ik ontvolg mensen die alleen paniekberichten rondsturen. Of de mensen die erop blijven hameren hoe stom wij allemaal wel niet zijn en hoe intelligent zijzelf zijn, want zij weten het beter. We don’t know shit, denk ik dan. 

Op Twitter zit een heel fijn filter, om berichten over met de hashtags corona en covid uit te zetten. Dat heeft tot een mooie rust op mijn tijdlijn daar gezorgd. Nee, dit is geen struisvogeltechniek, maar gewoon pure zelfbescherming. Ik ben leuker voor mijn kinderen als ikzelf niet in paniek ben en enorm angstig. En aangezien ze het met mij moeten doen, is dat voor nu mijn aanpak. Ook op Facebook ontvolg ik de onruststokers. Ik ben absoluut doordrongen van de ernst van alles. Maar ik doe nu echt aan nieuwsvasten en aan social media distancing – zoals filters gebruiken. Niet de hele dag NU.nl checken. In WhatsApp groepen laten weten dat als er nog meer paniekberichten worden gedeeld, ik er toch uit zal stappen omdat we er niemand mee helpen om angst te verspreiden. Ik heb Facebook wel van mijn telefoon verwijderd. Dat voorkomt dat ik er toch de hele tijd op zit en me angst in laat praten. Alleen via mijn desktop nu. Want juist nu is sociaal contact ook fijn.

download (4)

 

Ja, ik houd afstand. Ga niet naar mijn kwetsbare vader nu. Was tig keer per dag mijn handen. Eet gezond en check iedere dag met mijn kinderen hoe het voelt, hoe het is, of ik kan helpen met iets. En ondertussen bedenk ik welke boeken ik ga schrijven, want lezen blijft belangrijk, ook na Covid-19. Maak ik iedere dag een YouTube filmpje waarin ik voorlees aan kinderen. Bied mijn workshops online aan.

 

Ik ben geen expert. En we zullen niet weten of we nu het juiste doen. Maar laten we elkaar in ieder geval zo goed mogelijk helpen om ook mentaal niet onze shit te verliezen. Wees lief. Ook naar jezelf. Oordeel niet over anderen die in paniek zijn, of juist alles weglachen. Oordeel niet over mensen die mondkapjes dragen nu. Maak je eigen afweging en gebruik als basis wat de experts zeggen – het RIVM en de WHO. Stay safe, lieve mensen! 

 

 

 

#ProjectMe – happinessblog

Schermafbeelding 2020-01-14 om 12.27.37

Kun je wel in je huis blijven wonen, vraagt iedereen.

Als de zon door het raam komt. Als het aan het eind van de dag schemert en ik wat kaarsjes aandoe. Als we uit het keukenraam op het bos kijken. Als ik ‘s nachts in bed lig en luister naar uilen en jagers. Als ik ‘s avonds bij het uitlaten van Moos een vosje tegenkom. Als ik bovenkom, met de overloop-vloer die ik zelf gelegd heb, als we op de bank zitten en naar iets op tv kijken, als we aan de eettafel zitten met z’n allen, lachen en eten.

Dit huis is onze happiness-place. Dat van mij en de kinderen. Een waar thuis. Veilige haven. Basis. Zoals Blof zingt: hier leg ik aan.

Het is de plek waar geboren werd. Waar ik werk, het loopt door elkaar heen. Hier werk, schrijf, leef, lach, huil, heel ik.

‘Kun je wel in je huis blijven?’ Dat vraagt praktisch iedereen. Op een of andere wijze wordt geaccepteerd dat wie een partner verliest aan dood of  een ander of scheiding,  ook nog eens het huis zal verliezen. Ik vind dat niet normaal, heel eerlijk. Het voelt oneerlijk, ook naar de kinderen toe. Dit is hun ouderlijk huis, ook als ze niet allemaal meer iedere dag hier slapen. Ik vind het een pervers gegeven dat je zoveel meer verliest in een scheiding dan alleen die partner.

De komende 2,5 jaar wonen wij hier sowieso nog. Dat is onze afspraak, daarna zien we verder en ligt het aan wat de alternatieven zijn. Ik kan tenslotte niet onder een brug slapen en dat zal exgenoot ook nooit willen. De komende 2,5 jaar hebben de kinderen en ik in ieder geval een dak boven ons hoofd.

ruimte

Toen hij vertrok, hebben we onmiddellijk het huis ‘eigen’ gemaakt. Dat, stond in alle boeken en therapieën, was belangrijk. Wis de sporen van iets dat pijn doet, maak het van de overblijvers.  Dat deed ik. Nieuwe bank, overal foto’s in huis van nieuwe gelukkige momenten die de kinderen en ik maken. De tv op een minder prominente plek, nieuw vloerkleed (oke, noodgedwongen omdat de kat erop geplast had), andere lampen, lang leve Ikea en Leen Bakker en Kwantum. Eindelijk, dankzij mijn broer, een fijne nieuwe douchecel met deuren die blijven hangen. Nieuwe verflagen op de muren. Nieuwe planten en oude babyfoto’s, want die blijven. De boekenkast opgeruimd. De lege kledingkast durfde ik pas na ruim twee jaar te gaan inrichten met mijn kleding, want immers: hij zou nog terug kunnen komen, tijd en ruimte. Dus liet ik letterlijk ruimte over, zodat hij er weer in kon passen en pas ergens begin vorig jaar, toen ik geen ruimte meer over wilde laten, begon ik dingen op te bergen in lege vakken, lege kasten.

‘Wat hebben we een heerlijk thuis,’ verzuchten kinderen en ik met regelmaat. ‘Het is onze basis.’ Ik moet er niet aan denken dat ik dat ooit kwijt kan raken en het lijkt me voor hen ook vreselijk, als er geen thuis meer is waar ze opgegroeid zijn. Hopelijk komt het niet zo ver en is er tegen die tijd een oplossing. Keihard werken dus om dit te kunnen behouden.

 

Als ik met mijn krant of tijdschrift op de bank zit, terwijl de zon binnenstroomt. Muziekje op. Wierook aan en het buddha beeld dat rustig op ons neerkijkt.

Dat is puur geluk. Dit is onze happinessplek. 

 

#ProjectME – happinessblogs

Terwijl ik om half elf ‘s avonds door Amsterdam rijd, overvalt me een geluksgevoel. Over de smalle grachten. Over de hoge bruggetjes. De negen straatjes zijn nog zo feeëriek mooi versierd. Ik rijd langs prachtige grachtenpanden en stel me voor hoe het zou zijn daar te wonen. Langs de Indiër, die al een paar weken zijn zaak gesloten heeft. Supertramp op de radio. Uitkijken voor fietsers zonder licht. Over trambanen. Mijn moeder was dol op Amsterdam, maar kwam er niet vaak. Ik stel me voor hoe ze een sigaretje opsteekt en vol trots van boven kijkt hoe ik weer naar huis, naar mijn gezin rijd. Hoe ze trots is op hoe ik het doe, de afgelopen jaren.

Ik heb zojuist mijn laatste les van dit cursusblok gegeven. Jammer, bedenk ik me. Amsterdam is ver weg maar ik geniet intens van de avonden lesgeven in het prachtige oude gebouw, aan gemotiveerde en getalenteerde mensen. Schrijven is solitair, en dit soort trajecten zorgt ervoor dat ik me even onderdeel van iets groters voel.

Ik hou van ‘s avonds werken. Ik hou van door Nederland rijden als ik lezingen geef, van scholen bezoeken, van kinderen laten lachen en het beste uit hen04fa211746b8dff7e98d45731729dea5_largehalen als schoolschrijver, van daarna weer in afzondering (relatief) thuis zitten en de verhalen in mijn hoofd opschrijven. Ik hou van de schrijfretraite die er in september weer aankomt.

Het is niet altijd zo. Soms rij ik weg uit Amsterdam en kom ik in een soort timelapse terecht.  ‘O, even J bellen en vertellen hoe leuk de avond was!’ Dat zijn pijnlijke momenten. Zo moeten weduwnaars en weduwen zich ook voelen. Het kan niet meer. Het wordt niet gewaardeerd. Dus bel ik meestal vriendinnen die weten hoe dat voelt en na een minuut of tien voel ik me dan weer stukken beter en zoef over de A27 door.  Soms realiseer ik me dat J dit deel van mijn leven, als cursusleider in Amsterdam of Rotterdam, helemaal niet kent. Dat hij niets weet over mijn Schoolschrijvertraject, over de lezingen die ik sinds een paar jaar op middelbare scholen geef, over de boeken die eraan komen. Over Eat Stay Write. Hij maakt het allemaal niet mee, dat succes en hoe het harde werken vruchten afwerpt. Hoe blij ik ervan word.

Maar ik maak het wel mee. En de mensen om me heen ook. Het voelt heerlijk. Ik zet de radio nog wat harder en zing mee. And I will go on shining. Shining like brand new. I’ll never look behind me. My troubles will be few. 

 

 

 

Single Bells, single bells…

Single bells, single bells…

Op een Engelse nieuwssite, zag ik een -voor mij – nieuwe term: self-partnered. Emma Watson, de actrice die wel vaker een lans breekt voor single zijn, had het erover. Dat je ervoor kiest om liever alleen te zijn dan met iemand waarmee je het maar zozo hebt, gewoon omdat het niet meer dan gezellig is en je niet alleen wilt zijn, of mensen die in een mindere relatie blijven uit angst dat ze overblijven. Dan maar ‘settlelen’ voor iets dat zozo is.

Het is drie jaar geleden dat J ons zo verliet en sinds april dit jaar, is de scheiding definitief. En hoe dat voelt? Bevrijdend!

Ik heb 28 jaar gezorgd, alles gedaan, dus het was ook niet zo dat ik opeens iemand miste die voor ons kookte, hielp met huishouden of kluste of zo. J was daar niet van. Dat deed ik altijd al alleen. Hooguit vergeet ik soms de kliko buiten te zetten of is de kattenbak wat later verschoond, dat deed hij. Ik ging al vaak alleen naar de film en soms naar het theater, omdat ik daar meer van hield dan de ander. Die ruimte was er ook altijd en ik vind alleen gaan prima. Vakanties zocht ik uit – de voorpret was alleen al fijn. Er is – heel eerlijk – in dat opzicht weinig veranderd. Natuurlijk: gezelschap, iemand in bed om tegen aan te liggen, de liefde mee te beleven, het samen ouders zijn van drie kinderen en het samen ouder worden. Ik koos hier niet voor, de kinderen ook niet, maar als iemand in een midlifecrisis zit, heeft die daar geen oog voor. Het is wat het is. Ik ben ook niet bang voor het alleen zijn, ik blijk er goed in te zijn.
En waar ik de eerste keren kerst alleen volledig in paniek en verdriet schoot, en ‘ons’ miste, – want wij waren erg goed samen en ook als gezin – is dat dit jaar voor het eerst echt anders. Het is de eerste kerst dat ik niet langer getrouwd ben, officieel. Geen onrust, geen tijd geven of ruimte bieden meer op dat front en dat geeft lekker rust. Kiezen voor mezelf. Het ‘ons’ is er nog volledig, sterker verankerd dan ooit, alleen met z’n vieren ipv vijven.
Ik heb echt zin in de feestdagen! 🎄De twee dagen zijn heerlijk ingevuld met elkaar. Lekker koken, uit eten, film, opa erbij, tijd om eens wat meer te lezen. Een keertje naar een museum met een vriend en een gezellig feest met vrienden met oud & nieuw. Uitkijken naar wat 2020 brengt. Het wordt een goed jaar, dat voel ik. En ja, natuurlijk hoop ik dat er dan liefde zal zijn. Geen ‘voor de gezelligheid’- liefde maar echte.  Iemand die volgend jaar onze kerst nog meer compleet maakt. Tot die tijd ben ik best wel gezellig self-partnered. Nou ja, met mijn gezin dan, goddank. Kerst, kom maar door. Single bells all the way!
Schermafbeelding 2019-12-12 om 10.01.52

Vijfde verdieping, tweede links

Ik voel een enorme weerstand, zoals altijd, wanneer ik deze wijk inrijd. Daar waar ik, los van de jaren in Azië, mijn jeugd doorbracht. En zonder dat ik er controle over heb, laat ik de weerstand los en gebeurt het…

Schermafbeelding 2019-11-29 om 17.40.37

 

Of we nog even inkopen kunnen doen, vraagt mijn vader. Ik onderdruk een ongeduldig gevoel. Er zijn thuis nog allerlei dingen om te doen, maar ik knik en we rijden de wijk in,  naar het winkelcentrum.

Ik passeer de flat waar exgenoot en ik startten. Vol van liefde en dromen voor de toekomst. Het was zijn studentenflat geweest. Eerst hadden we in mijn studentenunit gewoond, en na een halfjaar trokken we in zijn flat en werd het onze flat. Vijf hoog in een wijk die, at best, een volkswijk nog kon heten. De wijk die ik eigenlijk al ontvlucht was, een paar jaar eerder. En nu was ik er terug met hem, en was het de plek om gelukkig te zijn.

Ik kijk vluchtig naar de vijfde verdieping, tweede van links.

We droomden toen over een eigen huisje, tuin, kinderen, carrières. Hij coach, ik schrijfster. We kregen het allemaal.

Ik was deze wijk al een poos ontgroeid. Al in mijn jeugd, eigenlijk, op het moment dat we naar Azië vertrokken. Ik paste er niet meer in en werd er vreselijk gepest als we op ons halfjaarlijkse verlof in Nederland waren. Dat meisje uit Azië, die met dat personeel, wat denkt ze wel niet? Mijn ouders hadden altijd het huis aangehouden, zodat we in ons verlof een thuis hadden. Alleen was het geen thuis meer. Dat was in Surabaya, in Jakarta, voor mij.

Toen we terugkeerden uit Indonesië, trokken we weer in dat huis. De wijk was inmiddels aan het veranderen. Van nieuwe vinexwijk, waar mijn ouders de eerste bewoners waren, naar steeds meer achterstand. Ik wilde er weg en kwam terecht in een studentenwoning in het centrum, dat ik later met J. deelde, voordat we naar zijn flat verhuisden – in diezelfde wijk dus. Mijn ouders woonden er ook nog maar inmiddels in een nieuwbouwstuk, in een prachtige grote woning, een ander wijkdeel. Na vijf jaar verhuisden J. en ik naar onze eerste echte koopwoning. 20 meter tuin, in de mooiste straat van de stad. En altijd kwam ik terug naar die wijk om mijn ouders te bezoeken. Ik bleef er lange tijd mijn inkopen doen. Dan zette ik de baby’s bij mijn moeder en kon even rustig alleen boodschappen doen.

 

Oma’s feestje

Ik liep er met mijn moeder achter wandelwagens, buggy’s. Met 1, 2 3 kinderen. De wijk was inmiddels steeds meer een plek geworden waar een splitsing ontstond. De oude generatie eerste bewoners die er nog woonden en de nieuwe bewoners die vaak andere talen spraken, of gewoon nergens anders heen konden. Maar als ik met mijn moeder liep, met de kindjes, was het feest. Oma’s feestje, en dat van ons. Oma deed niets liever dan grote glimlachen op hun gezicht toveren door ze altijd even iets uit te laten zoeken in de speelgoedwinkel, en op een taartje te trakteren bij het koffiehoekje. Kleding voor ze kopen in het kinderkledingzaakje.

De laatste jaren van haar leven kwam ik er niet vaak meer. Maar als ik kwam, stond ik even stil bij de flat waar J en ik gewoond hadden en dan realiseerde ik me hoe we onze dromen waar hadden gemaakt: huisje, kinderen, gezin, hij coach, ik schrijfster. Wat waren we ver gekomen in dit leven samen en wat hadden we het goed!

Sinds J. ons verlaten had, kwam ik er helemaal niet meer. Ik voelde zo’n enorme weerstand tegen de wijk waar ik toch min of meer geboren was, waar we onze eerste stappen samen hadden gezet. Paniek ook, dat dit misschien wel weer de plek zou zijn waar ik zou eindigen. Vijf hoog achter. Nee. Dat niet, dat nooit.

Mijn vader loopt alvast het winkelcentrum op, leunend op zijn stok, terwijl ik parkeer. Ik blijf even in de auto zitten, voel alle weerstand tegen hier zijn, samenkomen in mijn lijf. Ik wil weg, denk ik alleen maar.

Hij wacht op me. Of we ook nog naar een andere winkel kunnen eerst. We schuifelen, mijn weerstand als een zwaar gewicht op mijn borst, door het winkelcentrum. Er verandert hier niets, zie ik. Oude bejaarden in rolstoelen, jongeren in badslippers met kaalgeschoren hoofden, allerlei talen. We passeren het koffietentje. Er zitten heel veel bejaarden. Sommigen opgedoft. Aan de wijn of de koffie, kijkend naar een ieder die passeert.

Door, zegt mijn weerstand. Weg. Ik loop wat sneller. Maar dat heeft geen zin. Mijn vader kan niet sneller. 

En dan ben ik me bewust van die weerstand. Van de paniek.

Ik laat het opeens los, die weerstand. Ik zie mezelf opeens lopen hier. Kindjes in de buggy. Mijn moeder. J. ‘Even nog naar de die kledingzaak,’ zegt J. Een geblokt of gestreept shirt kopen. Altijd streepjes of blokken. ‘Je moet daar eens kijken, jongen,’ zei mijn vader altijd. ‘Goede zakelijke shirts voor je.’ Mijn moeder. ‘Nou, gaan jullie maar eens in die winkel kijken wat er allemaal is,’ terwijl de oudste, de middelste, de jongste de speelgoedwinkel instuift. Mijn zoon die met een doos lego in zijn handen staat, dat oranje jasje aan. Mijn dochter met een pop, haar lichtblauwe jasje aan. De jongste in de maxicosi, die ik meesleep. Een knuffel voor hem.

J. die samen met mij hand in hand de weekendinkopen doet. Die met mijn moeder daar loopt. ‘Ik zal wel even met je meekijken welke kleur jou staat.’

Ik schiet volledig vol als ik de weerstand loslaat en ik draai me om. ‘Heb je zin in koffie?’ Misschien klinkt mijn stem heel raar, want mijn keel is volledig dichtgeknepen. Ik ben het niet die dit zegt. Het is mijn moeder die het me laat zeggen. Want ik wil weg.

Mijn vader knikt blij verrast. We draaien ons om en schuifelen terug naar het koffietentje. We gaan zitten en ik wil niet voelen, maar ik voel zo godsgruwelijk veel. De tijd die voorbijraast. Verlies. Met al mijn macht hou ik mijn tranen tegen. En ik kijk. Naar de groep bejaarden naast me, die aan een tafel zitten met begeleiders. Taart, broodjes, een high tea. Ze zijn klaar en staan op. Sommigen zijn op hun allerbest gekleed. Hakken, oorbellen, dit is een uitje.

De man met de peuk in zijn mond hangend, zijn hond op een kussentje in de winkelwagen. De generaties die hier al zolang wonen. Met oma op pad. De kaartenwinkel waar ik als kind al met mijn moeder kwam.

‘Wat leuk dat u iemand bij u heeft,’ zegt de vrouw van het koffietentje tegen mijn vader. Ze beheren ook het afhaalrestaurant ernaast, waar hij wel eens komt. Hier zit hij nooit. Niet alleen.

Het is net of we er nu met z’n allen zitten. Mijn moeder, J, mijn kinderen toen ze klein waren, en wij. ‘Zeg pa, heb je Ajax nog gezien?’ vraagt J. Ze verliezen zich in spelanalyses. ‘Zondag is die wedstrijd op tv, komen jullie eten? Kijken we samen,’ vraagt mijn vader. Mijn moeder zegt tegen de kinderen dat ze een taartje uit mogen zoeken. Ze rennen naar de vitrine, hun snoeten ertegen gedrukt. Alles is goed. Precies zoals we wilden.

En ik kijk naar alles wat verdwenen is.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

What the fuck just happened?!

Schermafbeelding 2019-07-01 om 13.38.35Voor een keertje dan.
 
Ik krijg met enige regelmaat de vraag hoe mijn kinderen en in het bijzonder mijn exgenoot op het boek Het is maar een scheiding reageren en hoe dat dan ging. Of ze er bijvoorbeeld van op de hoogte waren dat ik dit boek – Het is maar een scheiding – schreef. 
Ik dacht: laat ik het gewoon eens een keer opschrijven, hoe de weg naar het boek ging. En wie er bij betrokken waren.
What the fuck just happened?
Ik wist al vrij snel nadat we in een “time-out” kwamen, dat ik erover zou schrijven. Ik was namelijk aangewezen op Engelstalige boeken over dit onderbelichte onderwerp: mensen die zomaar een gezin kunnen verlaten in een midlifecrisis. De ervaringen van andere mensen die dit met hun partner hadden meegemaakt, waren troostend. Ik was niet de enige. Overal in de wereld waren mensen, zoals ik, die met verbijstering en in wanhoop keken hoe de gezinsauto met hun partner erin wegreed, zonder dat ze uitleg kregen en zonder dat er iets mis was in de relatie. Die auto keerde de eerste vijf tot tien jaar (de duur van een midlifecrisis) niet meer om en al die mensen dachten: What the fuck just happened?!
Zo wilde ik het boek ook aanvankelijk noemen.
Ik kon ook niets anders meer schrijven. Kinderboeken, artikelen – het lukte niet meer op dat moment. Ik wist dat ik hierover, in welke vorm ook, zou schrijven.
Mijn kinderen
Ik besprak het, toen hij een aantal maanden uit huis was, eerst met mijn kinderen. Ik legde het idee neer dat ik er op een dag een boek over zou schrijven, opgemaakt uit alle fragmenten van mijn dagboeken. Ze stonden er volledig achter. Ik woog hun oordeel zorgvuldig mee in het schrijven. Wat wel, wat niet. En checkte steeds: staan jullie er nog achter? Als zij op enig moment hadden gezegd dat ze het toch liever niet hadden, was het er boek er zeker nooit gekomen, maar ze stonden en staan er vierkant achter.
Toen de uitgever me benaderde, tekende ik lange tijd het contract nog niet. Ik moest nl eerst zeker weten dat ik het durfde.
Wat ik nog te leren had: I had to own my story
In het Engels klinkt dat zoveel beter, het komt erop neer dat je eigendom van je verhaal moet claimen. Dat het er mag zijn, dat jij jouw versie, jouw verhaal mag vertellen.
Die versie moest wel de waarheid zijn, zeker in zo’n boek, vond ik. Er mocht niets in staan dat niet honderd procent was zoals het was gegaan.
De exgenoot
Laat ik eerst even uitleggen dat ik exgenoot, nadat ik met mijn kinderen had gesproken over dit plan, ook vanaf begin 2017 vertelde over het feit dat ik er op een dag over zou willen – nee, moeten want innerlijke noodzaak – schrijven en dat het geen kinderboek zou worden, noch fictie. Ik hield hem steeds op de hoogte, in mails, appjes of als we elkaar sporadisch spraken. Ik heb een uitgever gevonden, appte ik. De eerste versie is af, mailde ik. Het komt in 2019 uit, zei ik. Ik stuurde screenshots van rakende passages. Er kwam geen reactie op, maar ik wilde hem hoe dan ook altijd de kans geven er iets van te vinden en zeggen.
Ik beloofde hem uit mezelf bepaalde dingen eruit te laten. Die waren, ondanks dat het binnen ons huwelijk plaatsvond, meer tussen hem en iemand anders, maar ze moesten ergens wel een klein plekje krijgen voor de leesbaarheid en omdat ze enorm debet waren aan de situatie die was ontstaan. Zonder die situatie, was het niet zover gekomen tussen ons  en ik benoem ze daarom toch uiterst summier in het boek. Wat tussen hen passeerde, daar moeten zij zelf mee in het reine komen. Net zoals ik in het reine kwam met mijn aandeel.
Ik gaf hem zeggenschap in het manuscript
In het voorjaar van 2018 was de eerste versie af. Ik vroeg hem koffie te komen drinken  en vertelde dat de eerste versie af was en ik die week het contract zou tekenen. Ik gaf hem toegang tot het gehele document en vertelde hem dat hij drie dagen de tijd kreeg om het te lezen. Als hij echt valide en principiële bezwaren had, mocht hij die met me delen voordat ik zou tekenen. Ik stond open voor aanpassingen in het verhaal als hij iets er echt uit wilde hebben. Als hij onwaarheden erin aan zou treffen, mocht hij me er op aanspreken en zou ik ze verwijderen, want ik wilde absoluut geen onwaarheden in het boek hebben. Ik stuurde mijn – toen nog – man ter plekke bij de koffie de link door en hij kon gaan lezen, wat hij zou doen.
Drie – lange – dagen passeerden. Er kwam geen verzoek tot rectificatie, noch een reactie, en ik tekende later die week het contract.
Mijn vriendinnen verklaarden me voor gek, maar ik vond en vind het niet meer dan fair, dat juist hij als eerste mocht lezen wat ik geschreven had en dat hij het recht had daar op te reageren zodat ik er nog iets mee zou kunnen doen als dat fair en billijk was geweest. Ik hield ook de optie open het boek vooralsnog niet te laten verschijnen, omdat we in een fase zaten, waarin het misschien toch anders zou aflopen tussen ons. Met de uitgever besprak ik die mogelijkheid, waarbij ik stelde dat het boek dan later zou verschijnen, met een ander einde.
Dat bleek in najaar 2018 niet nodig, want ik zette de scheiding in toen ik onvoldoende progressie zag, dus zou het alsnog verschijnen in 2019. Ik had inmiddels nog wat hoofdstukken erbij geschreven.
Ik deelde eind zomer 2018  voorzichtig het omslag op sociale media, en nog later een stuk uit de aanbiedingsbrochure. Hij vroeg opnieuw om toegang tot het document, welke ik verschafte (de eerste paar hoofdstukken, want hij had volgens eigen zeggen geen tijd gehad de stukken in het voorjaar te lezen). Opnieuw kwam geen reactie, terwijl het boek nog persklaar gemaakt moest worden en aanpassingen nog mogelijk waren. Ik geloof in transparantie en openheid. Toen het verscheen afgelopen januari (2019), gaf ik mijn kinderen een eigen exemplaar en ik heb ze gezegd dat ze het pas hoeven te lezen wanneer ze daaraan toe zijn.
En als dat nooit is, is dat ook oké. Ze zijn er enorm trots op.

Ik gaf ook mijn – nog steeds- man een eigen exemplaar. Persoonlijk overhandigd met een heel mooie en liefdevolle handgeschreven boodschap erin. Dat gaf ik hem samen met een fotoalbum met daarin de mooiste foto’s van hem en mij en ons als gezin – een album dat ik ook voor de kinderen had laten maken, zodat ze altijd zouden weten dat er hier heel veel liefde en geluk was.

Afgelopen april werd de scheiding uitgesproken. Einde verhaal? Dat laat zich nooit voorspellen, weten we allebei inmiddels. Ik leef mijn eigen leven samen met de kinderen en ben gelukkig en bevrijd. Hoe we in de toekomst al dan niet elkaar vinden, dat is voor later, weten we beiden.
Ik ben nog niet klaar met het onderwerp. Het maakt veel los bij mensen. Ik voel de ontwikkeling in mezelf om er nog meer mee te doen. Ik krijg meer lezersmails dan ooit. Eindelijk herkenning, schrijven ze. Gisteravond kreeg ik deze prachtige zin: met terugwerkende kracht zo enorm troostend en de eerste helft alleen maar huilend van dankbaarheid om de herkenning gelezen. Ik ben bezig met iets te bedenken in het Engels, gebaseerd op deze ervaring. Het heeft al een naam in mijn hoofd. En ik ben bezig in mijn hoofd en in schriftjes met een soort vervolg op HIMES. Een heel ander type boek, maar het vloeit allemaal voort uit deze ervaring en de vrachtwagens vol inzichten die ik opdeed de laatste jaren. Een positieve insteek op hoe je weer kracht kunt vinden in je leven. 
It's a wonderful adventure!

Tot het leven ons scheidt

schermafbeelding 2019-01-06 om 11.03.10

Ja, ik wil… en waarom ik scheiden niet langer als falen zie.

Ja, ik wil. Met die woorden besloot ik destijds mijn leven te verbinden aan dat van mijn man. En dat voor de rest van altijd. Tot de dood ons scheidt. Heel romantisch.  De trouwjurk, het pak, de ringen, de taart, het koophuis, de kinderen die daarna volgden, de reizen die we maakten, het gezinsleven dat we hadden, de plannen voor de rest van altijd. De midlifecrisis.

Na 23 jaar huwelijk, gingen we uit elkaar, op een weinig Continue reading

Het verending – slot

 

Schermafbeelding 2018-11-30 om 06.50.00

Het is bijna klaar, dat scheiden. We zetten belangrijke stappen erin. En dan zijn we toch echt uit elkaar. Het is alsof ik boven op een berg sta. Een fokking pittige klim, trouwens. En dat voor iemand met hoogtevrees. Wat eigenlijk synoniem is voor scheidingsvrees. Ongegrond, blijkt. Alles is relatief

Er waren allerlei foute redenen geweest om toch bij elkaar te blijven. Omdat het zo ‘hoort’ en we opgevoed zijn met ‘je gaat niet uit elkaar’ – dat is geen reden om bij elkaar te blijven. Tot de dood ons scheidt… ik vind dat allang niet meer, zoals ik eerder al eens blogde. (Het verending afl. 4 – tot de dood ons scheidt )

Bij elkaar blijven voor de kinderen – nee! Natuurlijk had ik ze dit willen besparen, maar ze zijn er niet dood aan gegaan en het leven is niet altijd maakbaar. Daarbij: welke les en ‘burden‘ hadden we ze gegeven als we bij elkaar waren gebleven voor hen? Je leert ze dan dat je niet bewust voor een ander pad mag kiezen en daarbij belast je ze met dewetenschap dat je ouders voor jou bij elkaar bleven en niet het leven leiden dat ze eigenlijk willen leiden. Als een van mijn kinderen later ooit naar me toe komt en zegt niet langer gelukkig te zijn, hoop ik dat ik vooral zal zeggen: ga uit elkaar – en doe dat op een goede manier – wantje hebt maar een leven en blijf dan alsjeblieft niet als je dat niet voor de enige echte goede reden doet. Als er liefde is maar niet genoeg meer, dan is het klaar.

Bij elkaar blijven uit schuldgevoel of omdat je de ander geen pijn wilt doen – ook dat vind ik niet  gezond. Ik dacht het wel een poos: dan werken we er nog maar aan en gaat hij vanzelf zien hoe leuk wij zijn. Dus wilde ik therapie. Na een paar weken was dat opeens klaar. Werken eraan was hooguit levensverlengend geweest, met alle bijwerkingen van dien – niet levensreddend. En achteraf had je je kunnen afvragen of het levensverlengende niet ten koste was gegaan van de kwaliteit van liefde. De houdbaarheidsdatum was bereikt.

Liefde is ook dat je jezelf een partner gunt die enorm gelukkig van jou wordt. Blijven uit angst de ander pijn te doen, betekent jezelf pijn doen en er hangt iets van martelaarschap aan,  want je moet van alles onderdrukken. Onderhuids was die pijn allang voelbaar, ook bij mij.

Er was volgens mij maar een goede reden om bij elkaar te zijn gebleven; als je volmondig tegen elkaar kunt zeggen ‘bij jou wil ik de rest van mijn leven blijven omdat ik gelukkiger met jou ben dan zonder jou en we precies het leven leiden dat ik wil leiden, in verbinding en passie voor het leven en elkaar.’ En als een van beide dat niet meer kan zeggen, dan mag je die persoon daarin niet gevangen houden. Voortschrijdend inzicht en waardevolle lessen.

Het scheiden was daarmee niet het ergste dat me overkwam. De wijze waarop – dat is een heel ander verhaal geworden. Een boek. Ik kon niet anders dan erover schrijven in de hoop dat anderen ervan leren – dat je niet eindeloos moet rekken, maar recht voor je keuze moet gaan staan en de ander daarin moet helpen en elkaar dan, in de liefde die er nog wel is, los kunt laten. Dat had voor iedereen beter geweest.

‘Dit pad heb je gelopen omdat het je vrij heeft gemaakt voor iets dat mooier is,’ zei een vrouw die ik raadpleegde afgelopen week tegen me. Dat vind ik een prachtige insteek. Ik geloof nog steeds ‘the best is yet to come’ en in de liefde. ‘Het duurde wel te lang,’ antwoordde ik. Tijd die je niet meer terugkrijgt. Tijd die ik niet meer terug krijg door er nog heel lang bij stil te staan. Ik ga niet de antwoorden vinden die ik nog zocht.

En dus sta ik boven op de berg die ik opgeklommen ben. Fokking zware klim, met tijd en wijle, en wat struikelde ik soms. Ik moest me met regelmaat ook even zekeren en op adem komen. Maar wow, wat een uitzicht. Wijds en een mooie, prachtige horizon.

Verdriet was dat ding met veren. Dat bolletje pluis. Ik schud ze uit nu, ik ontvouw ze en ben klaar om te vliegen naar die horizon.

Schermafbeelding 2018-11-30 om 06.47.07

 

 

 

 

Ga jij mee op schrijfretraite in Bali?

 

Eat stay write

Schrijfretraite Bali september 2019Eat, Stay, Write!

Ik ga het gewoon echt doen – een schrijfretraite organiseren op Bali voor wie eens in een heel andere omgeving wil schrijven en gecoacht wil worden! Een droom die ik al langer heb, waarmaken.

Het plan was er al langer en in de afgelopen weken, op Bali zelf, kreeg het meer vorm. Ik keek naar andere schrijfretraites, bedacht wat ik anders wil en hoe ik een eigen draai eraan kan geven.

Wat zou je van zo’n week mogen verwachten? 
Een prachtige omgeving, in een comfortabel huis, niet te ver van alles weg maar rustig genoeg om vrij te kunnen schrijven in een kleinschalige omgeving. Maximaal vier a vijf mensen per keer. In de ochtend starten met een gezamenlijk ontbijt – op Bali kun je heerlijk eten!
Daarna bespreken we wat je die dag wilt bereiken met je schrijven en waar je hulp bij wilt. Misschien wil je geen hulp en gewoon lekker in alle rust schrijven – in het huis, bij het zwembad of je trekt erop uit naar een van de vele mooie plekjes in de omgeving.
Je hebt veel vrijheid om dingen zelf in te vullen, maar kunt optioneel meedoen aan activiteiten die ik organiseer (niet teveel want je moet schrijven….). Zo zal er een dagtrip zijn naar het prachtige binnenland van Bali. In de omgeving zijn voldoende spa’s om je te laten masseren als je schrijfspieren vastzitten.

Aan het eind van de middag komen we weer bij elkaar met een verfrissend drankje en bespreken we wat je gedaan hebt. Je kunt sparren met elkaar over waar je tegenaan loopt. Misschien wil je daarna verder schrijven, misschien wil je gewoon lekker erop uit om te eten. Alles kan.
De eerste en de laatste avond eten we samen.
Na die week kun je op eigen gelegenheid verder trekken door Bali of Indonesië – of misschien is deze week juist je afsluiting van een reis door Indonesië!
Ik kan je helpen met opties uitzoeken.

Voor wie is deze retraite? 
Iedereen die graag wil schrijven maar er thuis gewoon te weinig aan toe komt . Of voor wie gewoon eens in een heel andere omgeving wil schrijven. Voor iedereen die coaching wil bij het schrijven. Net dat laatste zetje nodig heeft om wel te beginnen aan dat boek.

Of het nu gaat om een boek dat je schrijft voor publicatie of een verhaal voor jezelf, je krijgt hier desgewenst begeleiding of juist de ruimte om het in alle rust uit te werken. Met mijn ervaring als cursusbegeleider Jeugdverhalen schrijven en Schrijven Algemeen op de Schrijversvakschool, kan ik je gedurende deze week ook coachen. Met 36 titels op mijn naam – voornamelijk jeugdboeken – kan ik je zeker helpen.

Waarom Bali?
Omdat Bali een prachtige plek is! De natuur, de mensen, het dagritme – hier kom je tot jezelf. Laat je niet afschrikken door de aardbeving op het eiland Lombok – op Bali waren de schokken zeker voelbaar, maar was er nauwelijks schade. Bali is veilig.

Bali prikkelt al je zintuigen en de andere omgeving, werkt inspirerend!

Wanneer?
De retraite gaat door bij voldoende animo en zal plaatsvinden in de laatste weken van september/eerste week oktober 2019. Bij voldoende belangstelling zal er ook een tweede week zijn voor een nieuwe groep.

En nu? Wat kost het?
Ja, en nu… Ik ga een website ervoor maken. De kosten goed op een rijtje krijgen.  Dat kan nog even duren, maar wil je alvast op de hoogte gehouden worden, stuur me dan gerust een PB met je e-mail adres erin! En deel dit bericht als je mensen kent die dit ook leuk zouden vinden!

De aardbeving op Lombok – wat kun je doen?

De aardbeving op Lombok – wat kunnen we doen?
(for English, scroll down)
 
Vanochtend was er opnieuw een aardbeving – 6.2 op de schaal van Richter deze keer. Ik was juist aan het appen met een vrouw op Bali toen ze zei dat er weer wat te voelen was. Bali is veilig – blijf er alsjblieft niet weg, mensen! Je voelt de schokken er wel maar het is er gewoon veilig.
Lombok daarentegen… Het houdt niet op voor de arme bevolking daar! Toeristen komen de eilanden wel af – ze zijn wellicht gewond en geschrokken, maar verblijven doorgaans in resorts die goed gebouwd zijn. Daardoor zijn er, to nog toe van wat ik uit alle berichtgeving begrijp, nog geen doden gevallen onder toeristen.
 
De lokale bevolking… dat is een ander verhaal. Het aantal doden is al ruim 300 en counting. Met meer dan 2000 gewonden (en dit was voor de beving vanochtend) en 20.000 mensen die ontheemd zijn en hun huis hebben moeten ontvluchten, is dit een ramp van enorme omvang. Lombok en de eilanden Gili Trawangan, Meno en Air leven van het toerisme. De komende tijd zal daar zeker niemand komen en het zal een poos duren voor alles weer is opgebouwd. Ondertussen zijn de mensen daar hun bron van inkomsten kwijt.
 
Wie mij kent, weet dat ik me erg verbonden voel met Indonesië, waar ik heb gewoond. Ik zoek naar manieren te kunnen doneren – alleen is het lastig rechtstreeks storten op Indonesische nummers omdat je een hoog bedrag aan kosten kwijt bent. Ik heb contacten gelegd met mensen die er zelf op eigen initiatief of met behulp van kleine organisaties, rechtstreeks hulp bieden. Als ik meer weet, deel is dat hier en hoop ik dat we met z’n allen wat kunnen doen.
 
Ondertussen deel ik hier een filmpje van Lombok en een van Gili, gemaakt door mensen die er zijn.
 
Wil je meer informatie over het Indonesische Rode kruis, kijk dan hier: http://donasi.pmi.or.id/ – zij bieden hulp maar zoals ik al zei, zijn donatiekosten hoog. Ik zoek nog uit hoe dat te omzeilen.
 
Deel dit bericht gerust. Alle aandacht voor deze ramp is nodig. Dank.
 
#Lombok #Gempa #earthquake #giliTrawangan
 
 
The earthquake on Lombok – what can we do?
 
This morning there was another earthquake – 6.2 on the Richter scale this time. I was just on WhatsApp with a acqaintance in Bali, when she said that there were tremors. Bali is safe – please do not stay away from the island. You might feel the tremors there, but it is safe.
 
Lombok, on the other hand … when will it stop for the hospitable and kind people there?
Touristsmay have been injured and scared, but usually stay in resorts that are well built. As a result, to date of what I understand from all reports, there are still no casualties among tourists.
 
The locals … now that’s a different story. The number of casualties is already more than 300 and counting. With more than 2000 injured (and this was before the quake this morning) and 20,000 people displaced and having to flee their house, this is a huge disaster. Lombok and the islands of Gili Trawangan, Meno and Air live off tourism. No one will travel to these islands in the coming period and it will take a while before everything is rebuilt. In the meantime, people have lost their source of income there.
 
Those who know me, know that I am very dedicated to Indonesia because of my childhood there. I am looking for ways to donate – only it is difficult to pay directly to Indonesian numbers because you quiet a surcharge on costs. I am in contact with people who offer help directly on their own initiative or with the help of small organizations. If I know more, I’ll share it here and I hope that we can do something together.
 
Meanwhile I’ll share a video of Lombok .
 
If you want more information about the Indonesian Red Cross, check here: http://donasi.pmi.or.id/ – they offer help but as I said, donation costs are high. I am still looking for ways to circumvent that.
 
Feel free to share this message. All attention for this disaster is needed. Thanks.
 
#Lombok #Gempa #earthquake #giliTrawangan